Essay5 minEngelse versie
Mijn getekende mensen hadden altijd harken als handen
AI dicht het gat tussen wat ik kan bedenken en wat ik kan maken. Dat is prachtig. Maar de beste camera in je zak maakt je nog geen fotograaf.

Mijn gekke brein kan soms de raarste dingen verzinnen.
En alhoewel ik sinds heel jong bijna dagelijks met mijn vingers een gitaar kan bespelen, hadden de personen die ik met potlood op papier zette altijd harken als handen.
AI helpt mij daarbij.
Hetzelfde geldt voor het maken van de meest waanzinnige dashboards of apps. Terwijl ik nooit het geduld had om me in programmeren te verdiepen, vibe-code ik nu dingen die ik tot voor kort niet voor mogelijk hield. Ik kan het iedereen aanraden.
En ondanks dat ik schrijven pas op latere leeftijd leerde waarderen en het graag doe, helpt AI me ook met het verwoorden van gedachten. Je wil niet weten hoe abstract mijn prompts soms zijn. Wie dat leest ontdekt een nieuwe variant van het doktershandschrift.
Het gat tussen bedenken en maken
Wat er eigenlijk gebeurt, is dit. Er zat altijd een gat tussen wat ik kon bedenken en wat ik kon maken, en dat gat werd gevuld door vaardigheid. Vaardigheid die je opbouwt met jaren, of die je inhuurt.
Dat gat is nu smaller. Niet weg.
Voor mij betekent dat: de handen op mijn tekeningen zijn handen geworden. De app in mijn hoofd staat op mijn scherm. En de gedachte die ik niet kon opschrijven, staat er nu wel.
Maar ik ken ook mensen die ontzettend slim zijn en zich niet altijd even sterk kunnen uiten. Voor hen is dit geen gemak. Die worden nu gehoord. En dan zeggen we tegen elkaar dat er “een AI-streepje” in staat.
Het gaat om de inhoud.
Er is nog geen functie verdwenen
De wereld verandert ontzettend snel. En die langspeelplaat draait vrolijk door, want het einde is nog niet in zicht. We zijn nog niet eens bij kant B.
Niet dystopisch, noch angstig wat mij betreft. Dat doen we in dat geval nog altijd zelf.
Als ik zie hoe en hoe snel het gebruik van AI toeneemt op kantoor, dan ben ik trots. Trots op mijn collega’s die het (soms eindelijk!) omarmen, en op de resultaten die we neerzetten.
Er is nog geen functie verdwenen. Er zijn al wel functies veranderd.
En alles zal veranderen. Nog sneller dan toen we afscheid namen van ordners, multomappen en perforators en alles digitaal gingen doen. Dat voelde toen ook als een breuk, en in de terugblik was het gewoon een overgang die een paar jaar duurde.
De beste camera in je zak
De eerste digitale fotocamera’s maakten afschuwelijke beelden. Nu dragen we de beste en meest veelzijdige camera’s bij ons in onze broekzak.
Maar dat maakt ons nog geen goede fotograaf.
Dat geldt ook voor het gebruik van AI. Hoe beter het model, des te beter de resultaten. Dat is waar. Maar het model doet maar de helft. De andere helft is weten wat je wil, kunnen zien of het klopt, en de smaak hebben om te zeggen: nee, niet zo.
Dat wordt niet makkelijker als het gereedschap beter wordt. Dat wordt belangrijker. Want als iedereen dezelfde camera heeft, is het enige verschil nog wie er iets mee te zeggen heeft.
En voor de rest is het net als met gitaarspelen.
Oefenen, oefenen, oefenen.